-
41 être bien en peine de faire quelque chose
être bien en peine de faire quelque choseetwas beim besten Willen nicht tun könnenDictionnaire Français-Allemand > être bien en peine de faire quelque chose
-
42 agrandir
agrandir [aagrãdier]♦voorbeelden:1. v1) vergroten, uitbreiden2) veredelen2. s'agrandirv2) groter gaan wonen, uitbouwen -
43 aile
aile [el]〈v.〉1 vleugel♦voorbeelden:vouloir voler avant d'avoir des ailes • vliegen willen eer men vleugels heeftf1) vleugel2) molenwiek3) spatbord [auto] -
44 ailé
aile [el]〈v.〉1 vleugel♦voorbeelden:vouloir voler avant d'avoir des ailes • vliegen willen eer men vleugels heeftadj -
45 amabilité
amabilité [aamaabielietee]〈v.〉1 beminnelijkheid ⇒ vriendelijkheid, minzaamheid♦voorbeelden:1 veuillez avoir l'amabilité de le prévenir • zou u zo vriendelijk willen zijn hem te waarschuwen?faire des amabilités à qn. • iemand uiterst voorkomend behandelenf -
46 avoir
avoir1 [aavwaar]〈m.〉1 bezit ⇒ vermogen, goed♦voorbeelden:avoir fiscal • belastingfaciliteitense faire faire un avoir • een tegoedbon laten uitschrijvenavoir à la caisse d'épargne • spaartegoedportez cette somme à mon avoir • crediteert u mij voor dit bedrag————————avoir2 [aavwaar]2 〈 vooral met toekomende tijd, passé composé, passé défini〉 krijgen ⇒ in het bezit komen van, hebben ⇒ 〈 examen, trein〉 halen3 te pakken nemen ⇒ beetnemen, te grazen nemen6 schelen ⇒ mankeren, hebben♦voorbeelden:avoir qn. à déjeuner • iemand te lunchen hebbenen avoir assez de qn. • genoeg van iemand hebbenen avoir à, après, contre qn. • iets tegen iemand hebben, op iemand gebeten zijnnous en avons pour deux heures • we hebben er twee uur voor nodigen avoir pour son argent • waar voor zijn geld krijgenavoir pour ami • als vriend hebbenavoir qc. sur soi • iets bij zich hebbenavoir un prix • een prijs krijgenfaire avoir qc. à qn. • iemand aan iets helpen6 qu'est-ce qu'elle a, cette télé? • wat mankeert er aan die televisie?1 er is, zijn ⇒ er staat, staan, er ligt, liggen♦voorbeelden:il y a cinq kilomètres d'ici au village • het dorp is vijf kilometer hiervandaanil y en a qui • er zijn mensen diecombien y a-t-il d'ici à Paris? • hoever is het (van hier) naar Parijs?il n'y a pas de quoi • niets te dankenil n'y a pas que lui • hij is niet de enigequ'est-ce qu'il y a de nouveau? • wat voor nieuws is er?→ unIII 〈 hulpwerkwoord〉1 hebben, zijn2 moeten ⇒ behoeven, willen♦voorbeelden:il n'a pas à se plaindre • hij heeft niet te klagentu n'auras pas à le regretter • je zult er geen spijt van krijgenje n'ai rien à faire • ik heb niets te doenj'ai (fort) à faire • ik heb het (erg) druk1. m1) bezit, vermogen2) creditpost2. v1) hebben, bezitten2) krijgen3) halen [examen, trein]5) dragen [kleren]6) zijn [leeftijd]7) meten8) schelen, mankeren9) lijken (op)10) [hulpww.] hebben, zijn11) [hulpww.] moeten3. il y av1) er is/zijn2) geleden zijn -
47 bannir
bannir [baanier]〈 werkwoord〉♦voorbeelden:bannir une parole de son vocabulaire • een woord uit zijn vocabulaire schrappenbannir un sujet de la conversation • niet over een bepaald onderwerp willen pratenbannir le tabac, la cigarette • (voorgoed) ophouden met rokenv1) verbannen2) (uit)bannen, van zich afzetten -
48 bonté
bonté [bõtee]〈v.〉1 goedheid ⇒ vriendelijkheid, aardigheid♦voorbeelden:1 bonté du ciel! • grote goedheid!, mijn god!bonté de coeur • goed(moedig)heidbonté divine! • mijn god!avoir la bonté de • zo goed, vriendelijk willen zijn om, te …avec bonté • aardig, vriendelijkpar bonté • uit vriendelijkheid1. fgoedheid, vriendelijkheid2. bontésf plgunsten, (bewezen) diensten -
49 boucher
boucher1 [boesĵee]〈m.; ook bijvoeglijk naamwoord〉1 slager2 slachter♦voorbeelden:————————boucher2 [boesĵee]1 (dicht)stoppen ⇒ dichtmaken, kurken♦voorbeelden:♦voorbeelden:1. m1) slager2) slachter3) beul2. v1) dichtstoppen2) kurken3) afsluiten, dichttimmeren3. se bouchervverstopt raken [buis] -
50 chèvre
chèvre [sĵevr]I 〈m.〉II 〈v.〉2 (hijs)kraan ⇒ bok, takel♦voorbeelden:¶ faire devenir chèvre • ergeren, vervelen1. m 2. f1) geit2) (hijs)kraan, bok, takel -
51 chiffre
chiffre [sĵiefr]〈m.〉♦voorbeelden:faire du chiffre • zijn omzet willen opdrijvenm1) cijfer2) totaalbedrag3) monogram, naamcijfer4) code5) cijfercombinatie [slot] -
52 coeur
coeur [kur]〈m.〉3 maag4 hart ⇒ innerlijk leven, intieme gedachten5 hart ⇒ midden, binnenste, kern♦voorbeelden:coeur droit • rechter hart(helft)d'un coeur léger • onbezorgdcoeur transplanté • ruilhart3 avoir le coeur sur les lèvres, au bord des lèvres • gaan overgeven, misselijk zijnavoir le coeur barbouillé • misselijk zijnavoir, garder qc. sur le coeur • iets niet kunnen verwerkenrester sur le coeur • zwaar op de maag liggencoeur de la question • kern van de vraagavoir le coeur dur • een hart van steen hebbenavoir le coeur gros, plein • verdriet hebbenen avoir lourd sur le coeur • gedrukt, bedrukt zijnavoir le coeur serré • bedrukt, bedroefd zijnavoir le coeur tendre • een klein hart hebben, teerhartig zijnle coeur m'a manqué • ik kon het niet over mijn hart verkrijgenavoir la rage au coeur • razend zijnn'avoir de coeur à rien • nergens zin in hebbenne pas avoir le coeur à rire • geen lust tot lachen hebbenvouloir en avoir le coeur net • er het zijne van willen wetenavoir le coeur de faire qc. • de moed hebben iets te doenavoir le coeur sur la bouche, sur les lèvres • het hart op de tong, op de lippen hebbenavoir le coeur sur la main • vrijgevig zijndonner, remettre du coeur au ventre à qn. • iemand een hart onder de riem stekenfaire battre le coeur • het hart sneller doen kloppencela me fait mal au coeur • ik vind het triestmanquer de coeur • harteloos zijntenir à coeur • na aan het hart liggenvider son coeur • zijn hart uitstortenprendre qc. à coeur • iets ter harte nemenprendre qc. trop à coeur • zich iets te veel aantrekkenà coeur joie • naar hartenlustaller droit au coeur • tot het hart sprekende bon, grand, tout (mon, son etc.) coeur • van ganser harte, graagapprendre par coeur • uit het hoofd lerensans coeur • harteloossi le coeur vous en dit • als je er zin, trek in hebtmon petit coeur • mijn hartjejoli comme un coeur • net een plaatjem1) hart2) boezem, borst3) maag4) binnenste, kern5) harten [kaarten] -
53 compter
compter [kõtee]2 meetellen ⇒ in tel zijn, belangrijk zijn, gelden♦voorbeelden:à compter de • vanafcompter de tête • uit het hoofd rekenencompter parmi, au nombre de • behoren tot, gerekend worden totcomptez sur moi • reken op mijcompter sur les doigts • op de vingers natellenII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 tellen ⇒ optellen, uittellen3 verwachten ⇒ willen, van plan zijn4 berekenen ⇒ uitbetalen, betalen♦voorbeelden:on peut compter ses lettres • men kan zijn brieven op de vingers van een hand tellensans compter que • afgezien daarvan dat3 compter que • verwachten dat, ermee rekenen datv1) rekenen2) meetellen, belangrijk zijn3) (op)tellen4) (mee)rekenen5) verwachten, van plan zijn6) berekenen, betalen -
54 converti
〈m., v.; ook bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:prêcher un converti, parler, s'adresser à un converti • iemand willen overtuigen die al overtuigd ism (f - convertie)bekeerling/-e -
55 déplaire
déplaire [deepler]♦voorbeelden:cela ne me déplairait pas • dat zou ik best willen1 zich niet thuis voelen ⇒ niet kunnen aarden, niet gedijen1. v1) tegenstaan, niet bevallen2) ergeren2. se déplairev -
56 désavouer
désavouer [deezaavoe.ee]〈 werkwoord〉3 afkeuren4 afvallen ⇒ in de steek laten, laten vallenv1) herroepen, intrekken2) verloochenen3) afkeuren -
57 désirer
désirer [deezieree]〈 werkwoord〉1 wensen ⇒ verlangen naar, willen hebben, begeren♦voorbeelden:le résultat laisse à désirer • het resultaat laat te wensen overvwensen, begeren -
58 disputer
disputer [diespuutee]♦voorbeelden:→ goûtII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 betwisten ⇒ bestrijden, wedijveren♦voorbeelden:→ terrain1 ruzie maken ⇒ elkaar in de haren zitten, harrewarren♦voorbeelden:1. v1) discussiëren2) wedijveren3) spelen [sport]4) berispen2. se disputerv1) ruziën -
59 effacer
effacer [effaasee]4 overschaduwen ⇒ in de schaduw stellen, overtreffen♦voorbeelden:effacer de sa mémoire • uit zijn geheugen wissen1 vervagen ⇒ uitgewist worden, verbleken2 zich heel klein maken ⇒ niet op willen vallen, op de achtergrond blijven♦voorbeelden:s'effacer devant qn. • iemand als zijn meerdere erkennen1. v1) uitwissen, uitvegen2) wissen, deleten [computer]5) intrekken [lichaam]6) naar achteren trekken [schouders]2. s'effacerv1) vervagen -
60 encore
〈 bijwoord〉4 〈 duidt een beperking aan, een tegenstelling met hetgeen beweerd is〉 (en dan) nog ⇒ maar, nog niet eens, tenminste♦voorbeelden:tu en es encore là • doe niet zo achterlijknous sommes encore en été • het is nog zomerje l'ai vu hier encore • ik heb hem gisteren nog gezienelle n'a pas encore dix ans • zij is nog geen tien jaarqu'est-ce qui se passe encore? • wat is er nu weer aan de hand?en voulez-vous encore? • willen jullie nog wat?non seulement … mais encore … • niet alleen … maar ook (nog eens) …mais encore? • hoe zo, wat dan wel (, als ik het vragen mag)?encore ne sait-on pas tout • en dan weten we nóg niet eens alleset encore • hoogstens, en dat moet je nog maar afwachtenil vous en donnera cent francs, et encore • hij geeft je honderd frank, op zijn hoogstencore si, si encore • als dan nog, als maar, tenminstesi encore tu t'étais excusé • had dan tenminste je verontschuldigingen aangeboden1. adv1) nog (steeds)2) nog eens, weer3) nog meer4) nog wel2. encore queconjhoewel, ofschoon, al
См. также в других словарях:
Willen (Wittmund) — Willen Stadt Wittmund Koordinaten … Deutsch Wikipedia
Willen — is a district of Milton Keynes, England and is also one of the ancient villages of Buckinghamshire to have been included in the designated area of the New City in the 1960s. The original village is now a small but important part of the larger… … Wikipedia
Willen — steht für Wille, ein die Handlungen bestimmendes Streben Willen (Wittmund) ein Ortsteil der Stadt Wittmund Willen (Milton Keynes) ein Distrikt von Milton Keynes, England Siehe auch: Wiktionary: Willen – Bedeutungserklärungen,… … Deutsch Wikipedia
WILLEN, JOSEPH — (1897–1985), U.S. social welfare and fund raising executive. Born in Kushnitsa, Russia, Willen immigrated to the U.S. in 1905. He served in the U.S. Army in World War I. Subsequently he joined the staff of the Federation of Jewish Philanthropies… … Encyclopedia of Judaism
Willen Dick — Voller Name Willen Dick (Wilhelm Dick) Nation Tschechoslowakei … Deutsch Wikipedia
Willén — ist der Familienname folgender Personen: Liselott Willén (* 1972), schwedische Krimi Schriftstellerin Niklas Willén (* 1961), schwedischer Dirigent Siehe auch: Willen Diese Seite ist eine … Deutsch Wikipedia
Willen Dick — Décès 1947 Nationalité Tchécoslovaquie … Wikipédia en Français
willen — Präp. (Aufbaustufe) mit Rücksicht auf jmdn. oder etw. Beispiel: Wir haben das um des lieben Friedens willen getan … Extremes Deutsch
Willen Dick — (died 1947) was a Czechoslovakian ski jumper who competed in the 1920 s. He won two ski jumping medals at the FIS Nordic World Ski Championships with a gold in 1925 and a silver in 1927.At the 1926 FIS Nordic World Ski Championships he competed… … Wikipedia
willen — willen:um...w.:⇨wegen(1) … Das Wörterbuch der Synonyme
Willen — Willen … Deutsch Wörterbuch